Lezing over veranderlijke sterren

Lezing over veranderlijke sterren

Op woensdag 16 maart zal Erwin van Ballegoij een lezing verzorgen over veranderlijke sterren.

Het grootste deel van hun leven hebben sterren een vrijwel constante helderheid. Met name kort na hun ontstaan en aan het einde van hun leven kunnen sterren in helderheid gaan variëren. Deze helderheidsvariaties verstrekken inzicht in deze evolutiestadia van sterren. Modellen van sterevolutie worden getoetst aan waarnemingen, die veelal door amateurastronomen geleverd worden.

In het eerste deel van de lezing worden de fysieke oorzaken besproken van helderheidsvariaties van sterren. In het tweede deel van de lezing staat de spreker stil bij de verschillende manieren waarop amateurs zinvolle bijdragen kunnen leveren aan de studie van evolutie van sterren.

Erwin van Ballegoij is vanaf zijn prille jeugd geïnteresseerd in de astronomie. Na enige tijd sparen kon hij een telescoopje aanschaffen en daarmee werd de sterrenhemel afgespeurd. Na enige tijd wilde hij wat meer dan ‘astrotoerisme’ en heeft hij zich in 1984 aangesloten bij de KNVWS-werkgroep Veranderlijke Sterren. Hij heeft geruime tijd de helderheid van veranderlijke sterren visueel geschat en deze schattingen via de American Association of Variable Star Observers aan professionele astronomen beschikbaar gesteld. Sinds 2009 werkt hij met een fotometer, waarmee hij met hoge nauwkeurigheid de helderheid van sterren meet voor een aantal professionele astronomen. Hij verricht met name metingen aan rode en gele superreuzen. Erwin is een afgestudeerd chemicus die als scheikundeleraar werkt op het Maaslandcollege in Oss.

De lezing vindt plaats in Sociaal Cultureel centrum “De Biechten“, Vincent van Goghlaan 1, 5246 GA Hintham (gemeente ‘s-Hertogenbosch). Lezingen beginnen om 20:00 en eindigen meestal rond 22:15. De entree volwassenen is €7,50 en voor jongeren tot 16 jaar €3,00. Uiteraard blijven we de richtlijnen van het RIVM volgen.

De zoektocht naar een Aardachtige exoplaneet

De zoektocht naar een Aardachtige exoplaneet

Als de coronasituatie het toelaat, zal Steven Bos op woensdag 16 februari een lezing geven over de zoektocht naar een aardachtige exoplaneet.

Zijn wij alleen in het heelal? Één van de manieren waarop de moderne astronomie deze vraag hoopt te beantwoorden is door middel van het ontdekken en karakteriseren van zo veel mogelijk exoplaneten. Hierbij wordt voornamelijk gefocust op aardachtige planeten, aangezien de Aarde tot nu toe de enige planeet is waarvan we weten dat er leven op mogelijk is. Deze lezing zal daarom gaan over hoe we zulke exoplaneten hopen te detecteren en karakteriseren. Ik zal starten met een algemene inleiding over exoplaneten en de verschillende methodes die we gebruiken om ze te vinden en karakteriseren. Vervolgens zal ik dieper ingaan op de meest veelbelovende methode: directe waarnemingen van exoplaneten. Hierbij wordt sterlicht ruimtelijk gescheiden van planeetlicht d.m.v. geavanceerde optica en datareductie technieken. Ik zal hier ook kort vertellen over mijn persoonlijke bijdrage aan dit onderwerp. De lezing zal eindigen met een korte blik in de toekomst van exoplaneet waarnemingen.

Steven Bos studeerde sterrenkunde aan de Universiteit Leiden met een specialisatie in astronomische instrumentatie. Na zijn afstuderen in 2017 starte hij als promovendus bij Frans Snik in de instrumentatie groep van de Leidse sterrenwacht. Tijdens zijn promotieonderzoek heeft hij gewerkt aan de grootste optische telescopen ter wereld en daar succesvol verschillende sensoren getest die de gevoeligheid van instrumenten verbeteren. Recent promoveerde hij aan de Universiteit Leiden met het proefschrift getiteld: “Focal-plane wavefront sensors for direct exoplanet imaging: theory, simulations and on-sky demonstration”. Sinds 1 juli 2021 werkt hij als optics design engineer bij ASML aan de optica van EUV lithografie machines.

De lezing vindt plaats in Sociaal Cultureel centrum “De Biechten“, Vincent van Goghlaan 1, 5246 GA Hintham (gemeente ‘s-Hertogenbosch). Lezingen beginnen om 20:00 en eindigen meestal rond 22:15. De entree volwassenen is €7,50 en voor jongeren tot 16 jaar €3,00. Uiteraard blijven we de richtlijnen van het RIVM volgen.

Het Grote IJs

Het Grote IJs

Op woensdag 20 april 2022 zal Prof. Michiel van den Broeke een lezing geven over de zeespiegelstijging, getiteld “Het grote ijs”. Deze lezing zou al eerder plaatsvinden, maar is al twee keer uitgesteld wegens corona.

Alle gletsjers op Aarde bevatten voldoende ijs om wereldwijd de zeespiegel met tientallen meters te laten stijgen. Momenteel smelten overal ter wereld de gletsjers snel, waardoor de zeespiegel ook daadwerkelijk stijgt, met ongeveer drie cm per decade. Ook de grote ijskappen van Groenland en Antarctica, waarin het meeste ijs ligt opgeslagen en waarvan lang werd gedacht dat ze ‘too big to fail’ waren, dragen significant bij aan de huidige stijging van de zeespiegel. Deze veranderingen kunnen een grote rol gaan spelen in de leefomgeving van toekomstige generaties. In deze lezing gaat Van den Broeke in op prangende vragen die deze ontwikkelingen oproepen: wat voor invloed heeft de recente opwarming op het smelten van de ijskappen en de versnelling van de zeespiegelstijging? Hoe zal zich dit in de toekomst ontwikkelen, en biedt het klimaatakkoord van Parijs soelaas? Wat moeten we doen om de onzekerheden in onze voorspellingen van zeespiegelstijging te verkleinen?

Michiel van den Broeke (Rotterdam, 1968) is sinds 2008 als hoogleraar Polaire Meteorologie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoeksgroep maakt deel uit van het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek Utrecht (IMAU), departement Natuurkunde, en bestudeert de interactie tussen het klimaat en de grote ijskappen van Antarctica en Groenland. Michiel bracht meer dan een jaar van zijn leven door op of dichtbij het ijs van Groenland en Antarctica om metingen te doen. Door deze te combineren met gegevens van satellieten en klimaatmodellen ontstaat een compleet beeld van het huidige massaverlies van de ijskappen, en de zeespiegelstijging die dit tot gevolg heeft. Michiel treedt regelmatig op in de media en als spreker om de invloed van klimaatverandering op het ijs op aarde te duiden. Voor zijn onderzoekbijdragen ontving hij in 2015 de Louis Agassiz medaille van de European Geosciences Union en werd hij gekozen als lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Momenteel is Van den Broeke wetenschappelijk directeur van het IMAU, waar ongeveer 80 mensen werken aan de fundamentele studie van het klimaatsysteem.

De lezing vindt plaats in Sociaal Cultureel centrum “De Biechten“, Vincent van Goghlaan 1, 5246 GA Hintham (gemeente ‘s-Hertogenbosch). Lezingen beginnen om 20:00 en eindigen meestal rond 22:15. De entree volwassenen is €7,50 en voor jongeren tot 16 jaar €3,00.

Leven na de dood van sterren: Witte Dwergen, Zwarte Gaten en Neutronensterren.

Leven na de dood van sterren: Witte Dwergen, Zwarte Gaten en Neutronensterren.

Op woensdag 20 oktober 2021 zal Prof. Ed van den Heuvel een lezing geven over het de dood van sterren. Hieronder een samenvatting van zijn lezing:

Zon en sterren gebruiken hun eigen materiaal (voornamelijk waterstof) als – nucleaire – brandstof. Daarom is hun levensduur eindig. Sterren met relatief kleine massa zoals onze Zon, leven heel lang: 10 miljard jaar of langer. De Zon is nog niet op de helft van deze levensduur.
Zware sterren leven veel korter. Een ster van 30 maal de massa van de Zon, straalt per seconde 100 000 maal zoveel energie uit als de Zon, en is al na 5 miljoen jaar opgebrand: hij leeft 2000 maal korter dan de Zon.

Wat gebeurt er met een ster als zin brandstof is opgebrand? We weten nu dat sterren tot ongeveer 8 maal zo zwaar als de Zon een uitgebrande pit achterlaten, een “witte dwerg”: niet groter in middellijn dan de Aarde, maar met een massa van tussen 0.5 en 1.4 keer de massa van de Zon (honderdduizenden malen de massa van de Aarde). De ster is als rode reus rest van zijn massa kwijtgeraakt.

In sterren zwaarder dan 8 maal de Zon is de uitgebrande kern van de ster te zwaar om een witte dwerg te vormen. Hij stort in tot een neutronenster of een zwart gat. Een neutronenster met 1.5 maal de massa van de Zon (450 000 maal de massa van de Aarde) heeft een middellijn van slechts 20 km. De zwaartekrachts-energie die vrijkomt bij deze instorting zorgt dat de rest van de ster de ruimte wordt in geslingerd in een Supernova explosie. We kennen nu in ons Melkwegstelsel bijna 3000 van deze neutronensterren die we waarnemen als “radio-pulsars. In sterren meer dan 20 keer zo zwaar als de Zon is de uitgebrande kern te zwaar om als neutronenster achter te blijven: hij stort in tot een “zwart gat”.

We kennen enkele tientallen van zulke zwarte gaten in dubbelsterren waarbij de andere ster een gewone ster is. Sinds 2015 zijn ook zwaartekrachtsgolven ontdekt zijn, veroorzaakt door het samensmelten van dubbele zwarte gaten en dubbele neutronensterren (Nobelprijs Natuurkunde 2017).

Prof. Van den Heuvel (1940) is emeritus hoogleraar Sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam, en was tot zijn emiraat directeur van het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek. Hij heeft voor zijn werk vele prijzen ontvangen, waaronder de Spinozapremie, en is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

De lezing vindt plaats in Sociaal Cultureel centrum “De Biechten“, Vincent van Goghlaan 1, 5246 GA Hintham (gemeente ‘s-Hertogenbosch). Lezingen beginnen om 20:00 en eindigen meestal rond 22:15. De entree volwassenen is €7,50 en voor jongeren tot 16 jaar €3,00. Uiteraard blijven we de richtlijnen van het RIVM volgen.

Lezing over het inflatieheelal

Lezing over het inflatieheelal

Op woensdag 15 september 2021 zal Anne van Weerden, BSc een lezing geven met de titel “het opgeblazen heelal”. Deze lezing stond al eerder op onze agenda, maar moest wegens corona helaas uitgesteld worden.

De oerknaltheorie is een sterke theorie voor het ontstaan van het heelal. Voor de juistheid van deze theorie zijn veel aanwijzingen gevonden, zoals bijvoorbeeld de kosmische achtergrondstraling. Maar helaas heeft de theorie ook een paar nare problemen. In de jaren ’80 is het inflatiemodel ontstaan om die problemen op te lossen. Het idee was dat het heelal in een hele korte periode heel veel groter werd, van de omvang van een proton tot een grapefruit. Die korte periode zou 10-43 seconde geduurd hebben, ofwel 0,0000000000000000000000000000000000000000001s! Een grapefruit is natuurlijk niet erg groot, zeker niet voor een heelal. Dus het lijkt misschien nog niet ‘ontstellend’ totdat je bedenkt wat eigenlijk 10-43 seconde is; het ging dus wel erg snel! Deze theorie werd het inflatiemodel genoemd, en het heelal ‘the inflationary universe’, vrij vertaald ‘het opgeblazen heelal’. Dit model loste de belangrijkste problemen van de oerknaltheorie op, maar het gaf zelf helaas weer nieuwe problemen.

Lees Meer Lees Meer

Spring naar toolbar